Terugleververgoeding vs terugleverkosten: het verschil dat je rekening bepaalt
Laatst bijgewerkt: · bronnen onderaan het artikel
Broncontrole: gecontroleerd tegen brongevalideerde leverancierspublicaties · zo rekenen wij
De terugleververgoeding is wat je per kilowattuur ontvangt voor teruggeleverde stroom; de terugleverkosten zijn wat je leverancier je ervoor rekent. Twee tegengestelde geldstromen die in advertenties zelden samen worden genoemd — en juist hun verschil bepaalt vanaf 2027 wat je zonnepanelen waard zijn.
Twee woorden, één verwarring
De begrippen lijken op elkaar en worden overal door elkaar gebruikt, ook door leveranciers zelf. Houd ze uit elkaar: de vergoeding is een plus (per kWh, wettelijk minimaal de helft van het kale leveringstarief, tot 2030), de kosten zijn een min (per kWh, vast of in een staffel) en zijn níet wettelijk gemaximeerd. Een leverancier die met een hoge vergoeding adverteert kan die aan de kostenkant grotendeels weer terughalen — en andersom kan "geen terugleverkosten" samengaan met een minimale vergoeding.
De nettoformule
Wat jij overhoudt is één simpele som:
netto terugleverwaarde per kWh = terugleververgoeding − terugleverkosten
netto zonopbrengst per jaar = teruggeleverde kWh × netto terugleverwaarde
Op één na alles wat leveranciers over teruglevering communiceren, is ruis rond deze twee regels. Vergelijk dus nooit op de vergoeding of de kosten afzonderlijk — alleen op het netto verschil, vermenigvuldigd met jóuw teruglevering.
Rekenvoorbeeld
Stel: je levert 2.380 kWh per jaar terug. Leverancier A adverteert een vergoeding van 9 cent per kWh maar rekent 6 cent terugleverkosten: netto 3 cent, ofwel ruim €71 per jaar. Leverancier B noemt een bescheiden vergoeding van 6 cent zonder terugleverkosten: netto 6 cent, ofwel bijna €143 per jaar — het dubbele, terwijl de advertentie van A beter oogde. En leverancier C met 4 cent vergoeding en 5 cent kosten? Netto −1 cent: terugleveren kost daar €24 per jaar. Alle drie de situaties komen in de huidige tarievenbladen voor.
Waar je op let bij het vergelijken
Drie controles voordat je een contract kiest. Eén: reken het netto verschil uit voor jóuw teruglevering, niet voor een gemiddeld huishouden. Twee: check of de 2027-voorwaarden al gepubliceerd zijn — het salderen stopt, en een contract dat je nu afsluit kan in het nieuwe regime doorlopen. Drie: kijk naar de vórm van de kosten (per kWh, vast of staffel), want bij een vast bedrag drukt weinig terugleveren relatief zwaar. Of sla de handmatige som over: onze vergelijking rekent dit per contract voor je door.
Veelgestelde vragen
Is een hoge terugleververgoeding altijd beter?
Nee. Een leverancier kan een hoge vergoeding adverteren en tegelijk hoge terugleverkosten rekenen. Alleen het verschil — vergoeding min kosten — bepaalt wat je netto ontvangt.
Kan de netto-terugleverwaarde negatief zijn?
Ja. Als de kosten per kilowattuur hoger zijn dan de vergoeding, kost terugleveren geld. Dat komt voor, en wij tonen het dan ook zo — met een minteken.
Geldt de wettelijke minimumvergoeding ook voor de kosten?
Nee. Het wettelijk minimum (tot 2030) gaat over de vergoeding voor teruggeleverde stroom. Terugleverkosten staan daar los van en zijn niet gemaximeerd.